De kankerstichting voor na de diagnose

Powder Days blog

De berg beklimmen - Hassan (januari 2026)

De sneeuw kraakte onder onze sneeuwschoenen, maar verder was het stil. We

concentreerden ons alle drie op het lopen door het oneindige sneeuwdek, steeds

verder omhoog. Een zigzaggend spoor makend liepen we de besneeuwde berg op.

Het pad maakten we zelf, want voor ons lag de sneeuw als een glinsterende deken

op de berg, onaangeroerd. Ik liep van ons drieën achteraan en stapte zoveel

mogelijk in de sporen van mijn voorgangers. Stapje voor stapje kwam ik steeds

hoger, maar dit was echt een zwaar stuk. Ik dacht terug aan het traject vol met

behandelingen dat ik achter me had liggen. Ironisch genoeg vergeleek ik dat namelijk

toen al, toen ik er middenin zat,met het beklimmen van een berg.  Aan het einde van

de 16 chemo-infusen had ik in mijn hoofd de top van de berg bereikt, elke chemo

kwam ik dus een stapje verder. Daarna kon ik aan de langzame afdaling beginnen.

Dat was makkelijker: operaties, bestralingen en - op de valreep - nog een pittig

heuveltje met chemotabletten. Tot ik helemaal beneden was met nog een laatste

operatie, nu bijna een jaar geleden. Terwijl ik hieraan terugdacht was ik in de echte

wereld alweer een stuk verder omhoog gestapt. “Ik kan dit”, dacht ik. Ik heb immers

wel erge beklimmingen gehad. En toen was ik boven. We stopten met zijn drieën om

wat uit te hijgen en keken naar het dalletje voor ons met een bevroren meer, deels

bedekt met sneeuw. Achter ons klommen in eveneens groepjes van twee of vier de

anderen nog naar boven door het witte landschap. “Wat prachtig hè?” Zei een van

ons. En dat was het. De sneeuw glinsterde in de zon en het meertje lag er idyllisch

bij. 

Bij het bevroren meertje voerden we wat later met zijn allen een ritueel uit. Ik zal het

niet allemaal verklappen, maar ik liet daar bij dat meertje een deel van mijn verdriet

en angst achter. Ik ben eigenlijk helemaal niet van rituelen, ben niet gelovig en ik zie

mezelf eigenlijk graag als een ‘tough cookie’. Maar daar boven in de Alpen bij dat

meertje, daar was ik toch echt degene die snel wat tranen wegveegde (en hoopte dat

niemand ze had gezien). 

En ritueel of niet, maar ik heb daar écht een deel negativiteit achtergelaten. En toen

ik na deze Powderdaysweek thuis kwam, toen kon ik door. Door met mijn leven na

kanker. Ik had namelijk niet alleen een deel negativiteit verwerkt of achtergelaten bij

dat meertje, maar ik had in deze week ook geaccepteerd dat ik kanker had (gehad).

En dat dat nu eenmaal onderdeel was geworden van mijn leven. Die acceptatie, die

kwam vooral door het respect dat ontstond voor de andere deelnemers. Dat waren

zeker geen zielige, zieke kankerpatienten, maar jonge mensen met veel

doorzettingsvermogen, positiviteit, humor en levenslust. Mensen waar ik absoluut wél

bij wilde horen! Eén van de deelnemers had nog maar een paar maanden eerder een

operatie gehad waarbij haar rugspier naar haar borst was verplaatst en daar had ze

dan ook nog en reeks bestralingen bovenop gekregen. Je zou denken: die kan niet

veel meer met die spieren. Maar dat weerhield haar er absoluut niet van om tijdens


het ijsklimmen helemaal naar de top van de bevroren waterval te klimmen met een

ijsbijl in elke hand. Ik stond er vol bewondering naar te kijken. En ja, ook weer met de

tranen in m’n ogen. En zo waren er die week vele momenten van ‘plaatsvervangende

trots’ voor al die anderen. 

Nu is het alweer bijna een jaar geleden en dit jaar ga ik weer mee, als vrijwilliger.

Omdat ik er nu ook aan toe ben om iets voor anderen te betekenen, in plaats van

vooral de focus hebben op zelf beter worden en acceptatie. We gaan ongetwijfeld

weer mooie momenten beleven in de Alpen. Misschien komen we wel weer bij

datzelfde meertje. En dan hoop ik dat andere ‘tough cookies’ dat meertje nog wat

voller gooien met ellende, om voor altijd daar te laten bevriezen.